De lier

De lier

De lier is een nieuw instrument met een oude naam.
Hij heeft de zelfde chromatische besnaring als de piano, maar geen toetsen en andere mechanismen en heeft een veel kleinere omvang dan de piano.
De snaren worden met de vingers bespeeld, het instrument staat op schoot. De tonen klinken langer door dan bij een luit of een gitaar waardoor je de tussenruimte van de intervallen goed kunt beleven.

Ik gebruik de lier als voorspeelinstrument bij cultische muziek, zoals dopen en begrafenissen en bij zieken en mensen in de laatste levensfase.
Verder speel ik voor kinderen en improviseer op de lier bij een schimmentheater en als omhulling bij sprookjes. De lier is een heel geschikt instrument om jezelf bij het zingen te begeleiden.
Het instrument wordt veel gebruikt bij kleutereuritmie en bewegingsspelletjes, o.a. op Vrije scholen.

De bouwers hebben er bewust voor gekozen om dit instrument een zachte klank te geven, waardoor er een grote rust van het instrument uit gaat. Dit wil echter niet zeggen dat er niet temperamentvol op een lier gespeeld kan worden.
De lier is een kamermuziek instrument. Hij kan zowel als melodie- en/of als een akkoordinstrument gebruikt worden. Net als bij de blokfluit is het bespelen in het begin makkelijk. Je kunt al heel vlug eenvoudige melodie├źn en improvisaties spelen en van af de eerste toon kan de lier mooi klinken.
Maar wanneer je echt harmonie├źn en akkoorden wilt spelen of met andere traditionele instrumenten wilt samenspelen - zoals dwarsfluit of viool - moet je flink studeren en veel techniek in huis hebben, anders wordt de klank door de andere instrumenten weggeblazen.
En net zoals een groep blokfluitspelers een verrijking is voor de blokfluitklank, is de lier ook een echt groepsinstrument.

Petra Rosenberg, 2014


De lier en zijn vele mogelijkheden

De naam lier komt uit de Oudheid: Apollo speelde hemelse sterrenmuziek op zijn lier. Bij Dyonisos-feesten blies men aardse schelle muziek, die in trance bracht. Onze lier is een nieuw concept, ontstaan aan het begin van de 20e eeuw op aanwijzingen van Rudolf Steiner (uit hout van het verbrande 1e Goetheanum).
De lier is in eerste instantie gebruikt en ontwikkeld binnen tehuizen voor gehandicapte kinderen om handen en harten op direkte wijze in ontmoeting te brengen met een muzikale stroom. Gaandeweg is de lier verder ontwikkeld en een rol gaan spelen in de therapie, in het muziek-onderwijs en in de beweging voor muzikale vernieuwing.
Daar waar veel snaarinstrumenten als slag-(tokkel-)instrument bespeeld worden(o.a.guitaar,harp) is de lier een strijkinstrument en ook in zijn bouw verwant aan de vioolfamilie.(het hout van de lier gaat echt zingen!) De vingertoppen nemen hier de rol van de strijkstok over en worden gedragen door de adem van de muziek en de dans van de ziel als bij de viool.
De lier geeft mogelijkheden tot therapie en muziekvernieuwing daar waar het eigenlijke instrument om ons heen in de ruimte welft, als de beweging tussen onze handen aangestreken wordt en de ruimte ons bespeelt. De lier is gebouwd als oor naar de ruimte met daartoe een orgaan in de klankkast. Waar b.v. piano, viool, en blokfluit als uitgekristalliseerde instrumenten van zich uit gevormd de ruimte in bewegen,(virtuozen daargelaten) vraagt de lier aan de ruimte om in vormen om ons heen in beweging te komen.
De klassieke instrumenten hadden en hebben de opgave de mens te helpen een aardeburger te worden(te verankeren). De lier wil ook een nieuwe richting openen naar de toekomst om het aardeburgerschap weer om te vormen in een weg.
Je kunt natuurlijk op een volwassen lier alle muziek die je maar wilt spelen (als bij viool en piano) om meer op aarde thuis te raken of al een beetje richting Apollo en de sterren. Ieder die speelt kan ervaren hoe de lier zich verheugt in samenspel. De lier heeft vele zusterinstrumenten zoals de Choroi-fluit en zgn. Bleffert-instrumenten, De lier kent zusterbewegingen als de Werbeckzangscholing en eurithmie(dans).
Door zijn bouw en speelwijze wil de lier een omgestulpte door jou gevulde ruimte om ons heen zijn, die in het hout en de snaren aangestreken wordt in ons middengebied van adem en hart.

Rob van Asch, oktober 2012